Een open blik houden

De coronacrisis is omgeven met eindeloos veel vragen en onduidelijkheden. Waar komt het virus vandaan? Is het natuurlijk ontstaan of is het een biowapen? Hoe ernstig is het werkelijk? Kloppen de cijfers wel? Is het gewoon een nieuwe griep of een vreselijke nieuwe ziekte? Is er wel of niet een werkzaam en veilig medicijn? Zijn de maatregelen die overheden treffen in verhouding met de dreiging of buitenproportioneel? Kunnen we experts die in het verleden er naast zaten, nu wel vertrouwen? Hoeveel leed veroorzaakt het virus en hoeveel leed veroorzaken de maatregelen? Mogen democratische en constitutionele rechten van burgers overruled worden? Worden hier agenda’s uitgerold? En van wie dan? Is er een relatie met 5G? Moeten we straks allemaal verplicht gevaccineerd worden? Wie spreekt hier de waarheid en wie liegt er? Zijn de beperkingen van onze vrijheden tijdelijk of blijvend? Hoeveel overheidscontrole van de burger vinden we acceptabel? Is deze crisis een keerpunt in de geschiedenis? Hoe ziet onze toekomst eruit?

Vragen, vragen, vragen…

Zowel de officiële nieuwskanalen als de alternatieve nieuwsbronnen met hun conspiracy-verhalen lijken zeker te weten hoe het zit. Ze bieden een sluitend verhaal dat antwoord geeft op alle vragen. ‘Closure’ noemde Terence McKenna dat: een verhaal dat alleen antwoorden geeft en zich afsluit voor het onbekende, het onverklaarbare, de verwondering, de open vragen. Het gebeurt aan beide kanten: over en weer beschuldigen de kampen elkaar van misleiding en nepnieuws.

Beide kanten verschansen zich in ‘closure’.

Het officiële verhaal gaat over een vreselijk agressief virus, over goedbedoelende experts en krachtige overheden die haar bevolking daartegen willen beschermen. De cijfers (én de verklaringen voor die cijfers) die experts geven, worden geloofd en als leidend gezien voor de beeldvorming. Radio, tv, kranten en de officiële online kanalen voorzien dit verhaal van de beelden, statistieken en verhalen. Dit is het dominante verhaal en de grootste meerderheid van de mensen gelooft dit. De ruimte voor een ander geluid en kritische vragen is bijzonder klein. Aanhangers van alternatieve verhalen worden belachelijk gemaakt.

De alternatieve verhalen en conspiracytheorien gaan over de tegenstrijdigheden in het officiële verhaal, over de verborgen agenda’s van de farmaceutische industrie, de plannen van een occulte sekte of de uitrol van 5G. Deze verhalen worden vooral gedeeld op alternatieve online nieuwskanalen. Mensen die zich voeden met deze verhalen, voelen zich vaak verongelijkt en voorgelogen en zijn boos dat anderen hen niet geloven. Ze kijken neer op de domme massa die het officiële verhaal gelooft. De ruimte voor een ander geluid en kritische vragen is ook hier bijzonder klein. De emoties lopen hoog op als de aanhangers van het officiële verhaal en de gelovigen van de alternatieve verhalen elkaar treffen.

Het is begrijpelijk: mensen hebben behoefte aan een verhaal dat antwoorden geeft. Niet alleen nu, maar eigenlijk de hele menselijke geschiedenis. Het is de drijvende kracht achter religies, ideologieën en levensbeschouwingen. Religies en ideologieen zijn verhalen die mensen een plek geven in de verwarrende werkelijkheid: het definieert de oorsprong van het leven en het doel ervan, het onderscheidt goed van kwaad en het geeft richting aan onze keuzes. Die universele behoefte aan antwoorden en een plek in het bestaan, wordt in tijden van crisis groter. We voelen ons onveilig en bang en weten niet waar we heen gaan. We willen dus antwoorden en perspectief. De verhalen (alle verhalen!) die ontstaan, voorzien in die behoefte: ze geven antwoorden, definiëren onze plek en voorspellen de onzekere toekomst. Zelfs als die verhalen heel somber zijn en de voorspellingen slecht en deprimerend zijn, is dat beter uit te houden dan de verwarring, de onduidelijkheid, de chaos.

Hoe hierin te navigeren?

Is de enige weg dat we ons uitleveren aan een verhaal dat anderen ons vertellen? Moeten we dan alle andere verhalen met felheid bestrijden? Moeten we per se kiezen tussen deze verhalen. Of is er een andere weg? Ik wil proberen een psychologische duiding te geven die misschien wat ruimte geeft. Dat vraagt om tijdelijk de strijd over de inhoud van de verhalen los te laten – for argument sake.

Het officiële verhaal over de corona-pandemie enerzijds en alle alternatieve verhalen anderzijds hebben namelijk een verschillend effect op de menselijke psyché. Het verhaal van de overheid (‘Alleen samen krijgen we het coronavirus onder controle’) geeft vooral een duidelijk handelingsperspectief: we kunnen er wat aan doen. Het maakt de burgers niet machteloos, maar belangrijk in de strijd tegen het grote gevaar. Je bent een soldaat in de strijd. Het is daarmee, wat ik noem, een ‘mythe van macht’, een verhaal dat jouw en mijn keuzes en gedrag belangrijk maakt. Dat is in tijden van onzekerheid en chaos een ongelofelijk ‘geschenk’: je krijgt een plek en een perspectief. Geen wonder dat de meeste mensen zich tot dit verhaal aangetrokken voelen.

Alle alternatieve verhalen (conspiracy) hebben een heel ander effect op de menselijke geest. Zij geven je het gevoel te horen bij een kleine (uiverkoren) groep die het écht ziet, die achter de schijn kan zien, die toegang heeft tot de ware geschiedenis. Het plaatst de aanhangers hiervan in een select gezelschap die zich onderscheidt van de massa. Ook dit is een groot ‘geschenk’: het geef eveneens een gevoel van belangrijkheid. En hoewel veel van de alternatieve verhalen ‘mythes van onmacht’ zijn (de samenzweringen zijn zo groot dat we er feitelijk niks tegen kunnen beginnen), geeft de overtuiging dat je het wel echt ziet een gevoel van hoop.

Beide groepen verhalen helpen dus om het ‘uit te houden’ in de onzekerheid, de chaos en de angst. Welke positie je ook kiest, je doet het om vat te krijgen op de chaos, om het uit te houden in de angst, om te begrijpen wat je nu moet doen. En dat besef – dat iedereen een plek zoekt om het uit te houden – zou ons kunnen verbinden. Dat besef – dat de verhalen ons antwoorden en richting willen geven – zou ons wat kunnen ontspannen en mild maken naar de ander. Misschien kan het ons wat meer open maken voor vragen (van anderen) bij het verhaal dat we gekozen hebben. We zijn allemaal mensen die het uiteindelijk niet weten. De vragen die ik aan het begin stelde, hebben op dit moment geen definitief antwoord – we weten het niet!

Dat wil natuurlijk niet zeggen dat het zinloos is om op zoek te gaan naar de waarheid in deze crisis. Dat we die waarheid nu nog niet kennen, wil niet zeggen dat die er niet is. Ik pleit niet voor onverschilligheid of relativisme (‘het is allemaal om het even’) – juist niet! Er staat veel op het spel. Het gaat om leven en dood, het gaat om onze vrijheid en de toekomst van de democratie, het gaat om ons vertrouwen in de overheid (of het verlies ervan), het gaat om het vertrouwen in technologie (of het verlies ervan), het gaat om het vertrouwen in de medische wereld (of het verlies ervan). Uiteindelijk gaat het om de aard van onze toekomstige samenleving en de toekomst van de planeet. Waar ik voor pleit is dat we ons niet verschansen in de verhalen, niet verliezen in ‘closure’, dat we blijven kijken, luisteren, praten. Dat we begrijpen wat er in onze geest (en van onze medemens) gebeurt als we ons toevertrouwen aan een verhaal.

Wat daarvoor nodig is, is inkeer.

Niet alleen maar vechten tegen anderen, vechten tegen de leugens, vechten tegen de angst… maar onze angst onder ogen komen. Ons verlangen naar antwoorden en richting onder ogen komen. Onze verwarring en chaos onder ogen komen. Onze boosheid en verontwaardiging onder ogen komen. Iedereen kent deze gevoelens, iedereen zoekt naar houvast.

Pas wie zijn of haar angst herkent en erkent, pas wie volledig eigenaar durft te zijn van alles wat je voelt… vindt weer helderheid om echt te kijken met een open en heldere blik.

We hebben veel meer vragen dan antwoorden.

Ik behoor tot de grote massa die zelf geen toegang heeft tot de échte feiten. Ik zit, waarschijnlijk net als jij, niet aan tafel bij de WHO, het RIVM, het OMT of de ministerraad, ik ben geen viroloog, epidemioloog of socioloog. Ik ben niet recentelijk in Noord-Italië of New York City geweest om met eigen ogen de situatie te bekijken. Ik heb zelf geen rondje gemaakt langs de IC’s in Nederland om te kijken of de verhalen kloppen of worden overdreven. Ik heb geen inzage in geheime documenten of belastend videomateriaal dat moet bewijzen dat de coronacrisis bedrog is – ik heb zelfs nog nooit WikiLeaks geraadpleegd of de gecodeerde berichten van een geheimzinnige bron Q gelezen. Ik kan dus het spoor van de belangen (geld, macht, controle) zélf niet volgen, hooguit vermoeden. Ik moet het, net als jij, doen met de gepubliceerde cijfers, met de persconferenties, met verhalen in de media, met de keuze van experts die in de media worden gehoord en… met de duiding van mensen die ik vertrouw.

En opnieuw: dat geldt eigenlijk voor ons allemaal. Jij en ik weten zelf heel weinig. De grote massa, waartoe we vrijwel allemaal behoren, heeft geen toegang tot de echte feiten. Als ik de honderden, of zelfs duizenden reacties onder mijn posts lees, hoor ik vooral de echo’s van de verhalen uit de media of van kritische onderzoeksjournalisten. Ik hoor de herhaling (soms met letterlijke woorden) van de uitleg van experts, de meningen van columnisten en de theorieën van conspiracydenkers. Jij en ik weten het niet. We vergeten zo gemakkelijk dat we eigenlijk vooral andere mensen NAPRATEN. Dat is niet erg, maar het is wel belangrijk om te onthouden – we zijn er zelf niet bij, wij hebben het uit tweede hand! Zeker mensen die dag in, dag uit zich blootstellen aan de berichtgeving van radio, tv en kranten, lijken gemakkelijk te vergeten dat ze zijn gaan geloven wat anderen hen met overtuiging hebben verteld.

Intussen worden we allemaal wel daadwerkelijk geconfronteerd met de REALITEIT van een leven dat beperkt is door ingrijpende maatregelen. Dat is zichtbaar en voelbaar. We zien de lege straten, wegen en winkels. We reizen in lege trams en treinen. We zitten thuis omdat alle uitjes die we dezer dagen graag hadden willen doen, zijn afgelast. We kunnen niet uit eten of een wijntje drinken op een terrasje in de stad. We zien onze vrienden en familie niet meer of hooguit op afstand. Je kunt het eens zijn met de maatregelen of niet, je kunt het erg vinden of helemaal niet… het is vandaag de REALITEIT van ons allemaal (en van nog ruim 3,5 miljard mensen). En die realiteit nodigt ons uit om een aantal fundamentele vragen te stellen.

Ik wil je vandaag een paar van die vragen voorleggen.

Noem dat het ‘verborgen geschenk’ van de coronacrisis. Ik stel de vragen als open vragen, niet retorisch. Ieder van ons kan een eigen antwoord formuleren. Ik denk dat we op basis van deze vragen kunnen gaan nadenken over de wereld die we samen willen bouwen na de coronacrisis.

1. Hoe groot is mijn vertrouwen in de overheid en de media? Is dat vertrouwen of dat wantrouwen terecht? Hoe kan het dat er in onze tijd zoveel tegenstrijdige geluiden zijn en dat ze allemaal ondersteund lijken te kunnen worden met beelden? Hoe kunnen we iemand nog vertrouwen als iedereen elkaar lijkt te beschuldigen van NEPnieuws? Is de vrijheid van meningsuiting via het internet nog wel werkbaar als iedereen daarop ook leugens voor waarheid kan uitgeven – en omgekeerd?

2. Hoe groot is mijn vertrouwen in mijn medemens? Plotseling leven we in een samenleving met kliklijnen en auto’s met camera’s die controleren of we niet samenscholen. Plotseling wordt de toon in de sociale media grimmig en hard. Ik zou, volgens sommige reacties, met mijn artikelen bloed aan mijn handen hebben en schuldig zijn aan de dood van mensen. Is dat werkelijk hoe wij naar elkaar kijken? En willen we dat? Willen we elkaar zo fundamenteel wantrouwen?

3. Hoe groot is mijn vertrouwen in mijn eigen lichaam en mijn weerstand? Kan ik de verantwoordelijkheid voor mijn eigen gezondheid dragen? Word ik bang voor mijn eigen gezondheid nu er verhalen rondgaan over een gevaarlijk en zeer besmettelijk virus? Ligt mijn vertrouwen vooral in mijn eigen lichaam, mijn eigen zorg voor mijn lichaam, mijn keuze van voeding en beweging… of ligt mijn vertrouwen vooral bij de gezondheidszorg? Wil ik liever hulp bij het opbouwen van mijn eigen weerstand en gezondheid, of wil ik liever de zekerheid dat er genoeg IC-bedden zijn en een vaccin op korte termijn?

4. Hoe bang ben ik om dood te gaan? Natuurlijk is dat een vraag die bij het ouder worden grotere impact heeft. Het lijkt dat die vraag nauwelijks gesteld mag worden, maar dat lijkt me vreemd. Het is een realiteit van ons allemaal: we gaan dood. Is de angst voor dit onbekende virus misschien vooral een diepe angst voor de dood? Zouden we in plaats van ten koste van alles het leven te willen rekken van mensen die heel ziek zijn, elkaar ook kunnen helpen om waardig te sterven als de tijd daar is? Of blijft dat onbespreekbaar?

5. Hoeveel vertrouwen heb ik in onze voedselketen en de landbouw die daaronder ligt? Als een virus als COVID-19 vooral vat krijgt op mensen met een verzwakt immuunsysteem, waarom blijken er dan zo ontzettend veel mensen bang voor te zijn? Hoewel het aandeel biologisch of gifvrij voedsel (wat overigens niet hetzelfde is!) steeds groter wordt in onze supermarkten, is het overgrote deel van ons voedsel dat nog steeds niet. Met andere woorden: wij vinden het als samenleving acceptabel dat er gifstoffen in onze voedselketen zitten! En ik zie dat dagelijks om mij heen: de gifspuiten rijden af en aan op de akkers! Is dat niet vreemd? Zouden we niet als samenleving 100% gezond en gifvrij voedsel moeten eisen?

6. Willen we echt leven in een ‘global village’? Is mijn/onze gehechtheid aan exotisch eten, goedkoop vlees, tropisch fruit, goedkope kleding, plastic rommel (de lijst is eindeloos) zo groot dat we als samenleving met al deze producten dagelijks duizenden kilometers over onze planeet moeten slepen met vliegtuigen en schepen? Is het echt zo belangrijk dat we goedkoop en makkelijk binnen 24 uur op elke willekeurige locatie moeten kunnen zijn (lees vliegen)? Als we meer lokaal zouden leven en produceren, zouden besmettelijke ziektes niet meteen een wereldwijde pandemie worden. Ligt daarin misschien een vergeten waarde?

7. Wat is vrijheid? En wat is vrijheid mij waard? Ons wordt nu (tijdelijk?) gevraagd een aantal grondwettelijke vrijheden op te geven, bijvoorbeeld de vrijheid van vereniging en de vrijheid van vergadering en betoging. En een aantal andere vrijheden lijken onder druk te komen, zoals de vrijheid van meningsuiting en het recht op onaantastbaarheid van het lichaam (i.v.m. de mogelijke verplichte vaccinatie). Zijn de redenen voor het opgeven van deze vrijheden voor ons aanvaardbaar? Vrijheid is toch een van de grootste waarden in een democratisch land? Of is de angst voor een virus groter dan deze vrijheden?

8. Hoeveel controle ben ik bereid te geven aan de overheid? Stemmen we in met verplichte vaccinatie? Willen we met apps of zelfs gepersonaliseerde en geïmplanteerde chips 24/7 traceerbaar zijn? Is het vertrouwen in overheden en geautomatiseerde systemen (AI) zo groot dat we ons doen en laten daar aan toe vertrouwen?

9. Voel ik mij zelf verantwoordelijk voor de leefbaarheid van de aarde? Ben ik bereid daarvoor dingen te doen of dingen te laten? Zien we onze weelde, ons comfort, ons gemak als verworven rechten die we niet meer willen opgeven, ook als dat leidt tot een onleefbare planeet? Kunnen we zelf de eerste stap zetten en niet passief blijven wachten tot anderen het initiatief nemen?

Stuk voor stuk vragen die onontkoombaar lijken. En de antwoorden op deze vragen zullen bepalen hoe we onze samenleving zullen vormen na deze ontwrichtende crisis.

De vragen herinneren ons eraan dat we niet zijn overgeleverd aan de machten, maar dat we als ‘trotse democratische natie’ zelf kunnen kiezen in welke wereld we willen leven, hoe we een nieuwe samenleving gaan bouwen.

En dat begint vandaag al!

Geschreven door Boele Ytsema, te mooi om niet te delen

In slechts een paar weken tijd zijn een lege evenementen­kalender, thuiswerken en anderhalve meter afstand houden al het nieuwe normaal geworden. Maar hoe zijn we eigenlijk in deze ‘intelligente lockdown’ beland en, belangrijker nog, hoe komen we daar de komende maanden stap voor stap weer uit?

Lees verder hoe gaan we de pandemiepuzzel oplossen

Virussen verspreiden zich niet, mensen verspreiden virussen.